De 3 uitgangspunten van De Bewustzijnstheoloog (deel 2)
Denk vanuit eenheid
In het eerste deel van deze serie stelde ik de vraag of de boom van de kennis van goed en kwaad misschien meer is dan een verhaal over ongehoorzaamheid. Misschien beschrijft Genesis niet alleen het begin van de zonde, maar ook het ontstaan van een manier van kijken. Een manier waarop wij de werkelijkheid voortdurend verdelen in tegenstellingen: goed en kwaad, gelijk en ongelijk, vriend en vijand.
Wanneer wij eenmaal zo leren kijken, ontstaat bijna vanzelf nog iets anders. Niet alleen onderscheid, maar ook scheiding.
Misschien is dat wel de diepste ervaring van de mens. Niet dat wij verkeerde dingen doen, maar dat wij ons afgescheiden voelen. Afgescheiden van God, van elkaar, van de natuur en soms zelfs van ons eigen hart. Veel van ons leven lijkt vervolgens te bestaan uit pogingen die verloren eenheid weer terug te vinden. We zoeken verbinding in relaties, in bezit, in succes, in religie of in erkenning. Toch blijft er vaak een gevoel dat er iets ontbreekt.
Wat als dat gevoel niet voortkomt uit een werkelijke scheiding, maar uit de manier waarop wij naar de werkelijkheid zijn gaan kijken?
Daarmee bedoel ik niet dat pijn, verdriet of conflict een illusie zijn. Die ervaren wij allemaal. De vraag is alleen of scheiding de diepste werkelijkheid is, of slechts onze ervaring daarvan.
Juist op dat punt begon de Bijbel voor mij anders te spreken.
Adam verstopt zich
Het eerste gevolg van het eten van de vrucht is opvallend. Adam en Eva worden niet uit Gods nabijheid verdreven doordat God Zich terugtrekt. Het eerste wat zij doen, is zichzelf verbergen.
Ze schamen zich.
Ze maken bedekking.
Ze kruipen weg tussen de bomen.
Wanneer God hen roept, klinkt niet de stem van een rechter die op zoek is naar een schuldige, maar de vraag: "Waar ben je?"
Het is alsof Genesis laat zien dat de afstand niet begint bij God, maar bij de mens. God blijft zoeken. De mens trekt zich terug.
Vanaf dat moment verschijnt er een patroon dat overal in de Bijbel terugkeert. De mens ervaart zichzelf als een afzonderlijk individu. Er ontstaat een 'ik' tegenover 'jij', een 'wij' tegenover 'zij'. Adam wijst naar Eva, Eva naar de slang. De harmonie maakt plaats voor verdeeldheid.
Dat patroon herkennen we nog altijd. We bouwen voortdurend grenzen. Tussen landen, religies, politieke partijen, kerken, generaties en zelfs binnen gezinnen. Natuurlijk zijn verschillen werkelijk. Niet iedereen denkt hetzelfde of handelt hetzelfde. Het probleem ontstaat wanneer verschillen veranderen in scheiding. Dan verliezen we uit het oog dat achter iedere identiteit nog altijd dezelfde mens schuilgaat.
Een rode draad door de Bijbel
Hoe langer ik de Bijbel lees, hoe meer ik de indruk krijg dat dit thema van eenheid overal terugkomt.
Jezus spreekt opvallend weinig over religie als systeem. Hij spreekt vooral over leven in verbondenheid. Hij gebruikt beelden van een wijnstok en ranken, een herder en zijn schapen, een lichaam met vele leden. Het zijn allemaal beelden waarin onderscheid bestaat zonder dat de eenheid verloren gaat.
Het hoogtepunt daarvan vind ik in Johannes 17. Vlak voor Zijn gevangenneming bidt Jezus niet allereerst om meer kennis, meer macht of zelfs meer geloof. Hij bidt dat allen één zullen zijn, zoals Hij één is met de Vader.
Dat is een opmerkelijk gebed.
Niet alleen omdat Jezus spreekt over Zijn eigen eenheid met God, maar omdat Hij dezelfde eenheid ook voor mensen voor ogen heeft.
> "Opdat zij allen één zullen zijn, zoals U, Vader, in Mij bent en Ik in U."
Daarmee lijkt Hij de afstand tussen het goddelijke en het menselijke kleiner te maken dan wij vaak aannemen.
Ook Paulus keert steeds weer terug naar datzelfde thema. Hij schrijft dat er uiteindelijk geen Jood of Griek, slaaf of vrije, man of vrouw meer is, omdat allen één zijn in Christus. Op een andere plaats gaat hij zelfs nog verder en schrijft hij:
> "Christus is alles en in allen."
Dat zijn grote woorden. Misschien te groot om meteen te begrijpen. Toch lijken ze allemaal in dezelfde richting te wijzen. Niet naar scheiding, maar naar verbondenheid.
Een andere manier van kijken
Tijdens mijn studie kwam ik in aanraking met het werk van de Britse psychiater Iain McGilchrist. Hij beschrijft hoe beide hersenhelften de werkelijkheid verschillend benaderen.
De linkerhersenhelft richt zich vooral op analyse, categorieën en onderscheid. Dat vermogen hebben we hard nodig. Zonder onderscheid kunnen we niet leren, plannen of overleven.
De rechterhersenhelft ziet juist het geheel. Zij herkent verbanden, relaties en context. Niet de losse delen staan centraal, maar het levende geheel waarvan die delen onderdeel zijn.
McGilchrist stelt niet dat één manier van kijken beter is dan de andere. Beide zijn nodig. Problemen ontstaan wanneer het analytische denken de enige manier van kijken wordt.
Toen ik dat las, moest ik opnieuw aan Genesis denken.
Misschien beschrijft de boom van de kennis van goed en kwaad precies zo'n verschuiving. Niet omdat onderscheid verkeerd zou zijn, maar omdat onderscheid het laatste woord krijgt. Zodra wij alleen nog losse delen zien, raken wij het zicht op de onderliggende eenheid kwijt.
Misschien is dat precies wat Jezus steeds opnieuw probeert te herstellen.
Het Koninkrijk is dichtbij
Dat geeft ook een nieuwe kleur aan Jezus' woorden over het Koninkrijk van God.
Vaak denken wij daarbij aan een toekomstige werkelijkheid of aan een plaats waar wij ooit terecht zullen komen. Jezus spreekt er heel anders over. Hij zegt dat het Koninkrijk niet komt op een manier die je kunt aanwijzen. Je kunt niet zeggen: "Kijk, hier is het" of "Daar is het." Het Koninkrijk is binnen in u, of midden onder u.
Dat betekent niet dat de buitenwereld onbelangrijk is. Het betekent wel dat iedere verandering begint met een andere manier van zien.
Wanneer wij onszelf alleen als losse individuen beschouwen, blijven angst, competitie en uitsluiting vanzelf terugkeren. Wanneer wij leren kijken vanuit verbondenheid, verandert ook onze omgang met anderen. Dan wordt de ander niet langer allereerst een concurrent, een vijand of een probleem, maar een medemens waarin hetzelfde leven aanwezig is.
Dat is geen naïef optimisme. Mensen kunnen elkaar diep beschadigen. Grenzen blijven soms noodzakelijk. Liefde sluit wijsheid niet uit.
Maar zelfs wanneer grenzen nodig zijn, hoeft de ander niet te worden gereduceerd tot zijn slechtste daad.
De werkelijkheid is groter dan onze ervaring
Ik beweer niet dat ik hiermee de enige juiste uitleg van de Bijbel heb gevonden. Integendeel. Ik zie dit vooral als een manier van lezen die mij helpt om de rode draad van de Schrift beter te verstaan.
Steeds vaker vraag ik mij af of de Bijbel niet veel minder gaat over hoe wij ooit bij God vandaan zijn geraakt, dan over hoe wij langzaam ontdekken dat wij nooit buiten Zijn liefde hebben bestaan.
Misschien is eenheid geen doel dat wij ooit moeten bereiken.
Misschien is zij de diepste werkelijkheid die wij gaandeweg opnieuw leren herkennen.
Dat verandert niet alleen onze kijk op God.
Het verandert ook onze kijk op de ander.
En uiteindelijk misschien zelfs onze kijk op onszelf.
In het volgende deel van deze serie onderzoek ik het derde uitgangspunt van De Bewustzijnstheoloog: richt je op het innerlijke Koninkrijk. Want als eenheid de diepste werkelijkheid is, waar vinden wij die dan? Misschien dichterbij dan wij ooit hebben gedacht.
—
Bijlage: Bijbelteksten over eenheid
De onderstaande teksten vormden een belangrijke inspiratiebron voor mijn denken over eenheid. Ze zijn niet bedoeld als sluitend bewijs, maar als uitnodiging om zelf de rode draad van de Bijbel te ontdekken.
Jezus over eenheid
- Johannes 14:20 – "Op die dag zult u inzien dat Ik in Mijn Vader ben, en u in Mij, en Ik in u."
- Johannes 15:4-5 – De wijnstok en de ranken.
- Johannes 17:11 – "Opdat zij één zullen zijn zoals Wij."
- Johannes 17:21-23 – Jezus' gebed om eenheid.
- Lukas 17:20-21 – "Het Koninkrijk van God is binnen in u."
- Mattheüs 25:40 – "Voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan."
Paulus over eenheid
- Handelingen 17:24-28 – "In Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij."
- Romeinen 8:38-39 – Niets kan ons scheiden van de liefde van God.
- Romeinen 12:5 – Eén lichaam, vele leden.
- Galaten 3:26-28 – Allen één in Christus.
- Kolossenzen 1:16-17 – Alle dingen bestaan door Hem en in Hem.
- Kolossenzen 1:27 – Christus in u, de hoop op heerlijkheid.
- Kolossenzen 3:11 – "Christus is alles en in allen."
- Efeze 1:23 – Hij vervult alles in allen.
- Efeze 3:17-19 – De liefde van Christus die alle kennis te boven gaat.
- 2 Korinthe 5:16-17 – Niemand meer kennen naar het vlees.
De mens als beeld van God
- Genesis 1:27 – De mens geschapen naar Gods beeld.
- 2 Petrus 1:4 – Deel krijgen aan de goddelijke natuur.
- 2 Korinthe 3:18 – Veranderd naar hetzelfde beeld.
- 1 Johannes 3:1-2 – Wij zijn kinderen van God.
