Artikel

Tussen de Boom van Kennis en de Boom des Levens

juni 17, 2026

Een van de momenten waarop ik de inzichten van Iain McGilchrist ineens buiten de wereld van filosofie en neurowetenschap herkende, was tijdens de coronaperiode. Niet omdat ik daarmee een oordeel wil vellen over alle genomen maatregelen, maar omdat die periode voor mij zichtbaar maakte hoe verschillend mensen naar dezelfde werkelijkheid kunnen kijken.

Tijdens de parlementaire verhoren luisterde ik onder andere naar Diederik Gommers en Jacco Wallinga. Aanvankelijk zag ik daarin een bijna perfecte illustratie van wat McGilchrist beschrijft als het verschil tussen twee manieren van waarnemen. De ene benadering leek sterk gericht op modellen, cijfers, voorspellingen en beheersing. De andere leek meer oog te hebben voor de concrete mens achter de cijfers.

Later merkte ik dat die tegenstelling eigenlijk te simpel is. Wallinga bleek zich op verschillende momenten bewust van de beperkingen van modellen en van de onzekerheden die daarin besloten liggen. Gommers werkte op zijn beurt ook voortdurend met meetbare gegevens, IC-capaciteit en statistieken. Geen van beiden paste volledig in een eenvoudig schema.

Toch bleef er iets hangen.

Wat mij trof, was niet zozeer wat deze mensen afzonderlijk zeiden, maar wat de hele periode zichtbaar maakte over onze samenleving. Onder grote druk lijken we vanzelf meer te vertrouwen op wat meetbaar, berekenbaar en voorspelbaar is. Dat is begrijpelijk. Als er snel beslissingen genomen moeten worden, bieden cijfers houvast.

Tegelijkertijd zijn er aspecten van het menselijk bestaan die zich moeilijk laten vangen in grafieken of modellen. Eenzaamheid, angst, verlies van verbinding, levenskwaliteit, zingeving, sociale ontwikkeling van kinderen, geestelijke gezondheid. Dat zijn geen onbelangrijke factoren. Ze zijn alleen veel moeilijker te kwantificeren.

Hier moest ik denken aan een van de centrale inzichten uit The Matter with Things. McGilchrist stelt niet dat analyse verkeerd is. Integendeel. Analyse is noodzakelijk. Het probleem ontstaat wanneer we gaan denken dat onze analyse de werkelijkheid zelf is.

Een landkaart is nuttig. Maar een landkaart is niet hetzelfde als het landschap. Een model kan helpen om een situatie te begrijpen. Maar een model blijft een vereenvoudigde weergave van een werkelijkheid die altijd rijker, complexer en menselijker is dan het model zelf. Juist daarom zie ik de coronaperiode achteraf minder als een discussie over gelijk of ongelijk, en meer als een confrontatie tussen twee manieren van kijken. De ene benadering zoekt grip door te meten, te categoriseren en te voorspellen. De andere probeert eerst de werkelijkheid als geheel waar te nemen, inclusief de aspecten die zich niet eenvoudig laten meten.

Misschien ligt de uitdaging niet in het kiezen tussen die twee, maar in het bewaren van het evenwicht ertussen.

Dat inzicht bracht mij ook terug bij een oud Bijbels beeld. In het scheppingsverhaal staan twee bomen centraal: de Boom van Kennis van Goed en Kwaad en de Boom des Levens. Eeuwenlang heb ik dat verhaal vooral moreel gelezen. Tegenwoordig vraag ik mij af of er misschien nog een diepere laag aanwezig is.

Wat als de Boom van Kennis niet alleen gaat over ongehoorzaamheid, maar ook over de menselijke neiging om de werkelijkheid op te delen, te analyseren en te beheersen? En wat als de Boom des Levens verwijst naar een meer directe deelname aan het leven zelf?

Ik beweer niet dat dit de enige juiste uitleg is. Maar sinds mijn kennismaking met McGilchrist kan ik die mogelijkheid niet meer loslaten.

De coronaperiode heeft mij geleerd hoe waardevol kennis is. Maar ook hoe belangrijk het is om te blijven beseffen dat kennis nooit hetzelfde is als de werkelijkheid waarnaar zij verwijst. Misschien begint wijsheid precies daar.

Terug naar artikelen